25 september 2026

Universiteiten wereldwijd bevinden zich midden in een fundamentele herziening van hun onderwijsmodel. Kunstmatige intelligentie kan studenten helpen bij onderzoek, schrijven, programmeren en leren, maar dezelfde technologie roept vragen op over kritisch denken, zelfstandigheid en de rol van de docent.

Nature stelde deze week dat universiteiten moeten voorkomen dat AI het volledige leerproces overneemt. De discussie gaat volgens het wetenschappelijke tijdschrift inmiddels niet meer alleen over fraude, maar over de vraag wat het betekent om daadwerkelijk te leren in een tijd waarin antwoorden vrijwel onmiddellijk beschikbaar zijn.

Het probleem met het perfecte antwoord

Een van de grootste veranderingen door generatieve AI is de snelheid waarmee studenten informatie kunnen krijgen.

Een moeilijke vraag kan binnen enkele seconden worden beantwoord.

Een essay kan worden opgesteld.

Een programmeerprobleem kan worden uitgelegd.

Een ingewikkeld wetenschappelijk concept kan worden herschreven op verschillende niveaus.

Dat kan onderwijs toegankelijker maken.

Maar het creëert tegelijkertijd een paradox: als een student het moeilijke denkwerk uitbesteedt aan AI, kan het eindresultaat beter worden terwijl het leerproces juist minder diepgaand wordt.

Cognitieve inspanning wordt opnieuw belangrijk

UNESCO’s recente onderzoek naar AI in het hoger onderwijs laat zien dat deze zorgen breed leven. 63 procent van de ondervraagde academici zegt een afname in cognitieve capaciteiten bij studenten waar te nemen. Tegelijkertijd verwacht een zeer grote meerderheid dat studenten generatieve AI gebruiken voor opdrachten.

Dat betekent niet dat AI automatisch leidt tot slechter onderwijs.

Het betekent wel dat instellingen moeten nadenken over waar de cognitieve inspanning plaatsvindt.

Wanneer een AI-systeem een eerste versie van een tekst maakt, moet de student dan vooral de tekst corrigeren?

Of moet de student zelf eerst een argument ontwikkelen?

Wanneer AI een programmeeroplossing schrijft, begrijpt de student dan waarom die oplossing werkt?

Dat zijn pedagogische vragen, geen puur technische vragen.

Van verbod naar ontwerp

Steeds meer onderwijsinstellingen lijken daarom te zoeken naar een middenweg.

Sommige opleidingen beperken AI tijdens examens of bepaalde opdrachten. Andere instellingen leren studenten juist hoe AI verantwoord kan worden ingezet.

Reuters beschreef eerder deze week hoe Amerikaanse rechtenfaculteiten verschillende strategieën hanteren. Sommige beperken laptops en telefoons in het klaslokaal, terwijl andere AI juist expliciet opnemen in hun onderwijsprogramma’s.

Het verschil tussen beide modellen is groot.

In het eerste model is AI vooral een bedreiging die moet worden beperkt.

In het tweede model is AI een professionele vaardigheid die studenten moeten leren beheersen.

De docent krijgt een andere rol

AI kan ook betekenen dat de rol van de docent verandert.

Wanneer een student zelfstandig toegang heeft tot een vrijwel onbeperkte digitale assistent, wordt de docent minder belangrijk als leverancier van informatie.

Maar dat betekent niet dat de docent minder belangrijk wordt.

Juist begeleiding, feedback, discussie en het ontwikkelen van intellectuele nieuwsgierigheid zijn moeilijk volledig te automatiseren.

Nature benadrukt daarom het belang van menselijke docenten bij het ontwikkelen van motivatie en het leren denken.

De docent wordt daarmee mogelijk minder een bron van antwoorden en meer een begeleider van het denkproces.

Wat moeten studenten straks kunnen?

De universiteit van de toekomst zal waarschijnlijk niet alleen studenten moeten leren hoe ze AI gebruiken.

Ze moet studenten ook leren:

  • wanneer AI wel en niet geschikt is;
  • hoe AI-output gecontroleerd moet worden;
  • hoe bronnen en feiten worden geverifieerd;
  • hoe privacy en auteursrecht worden meegenomen;
  • hoe een eigen argument wordt ontwikkeld;
  • hoe AI kan worden gebruikt zonder zelfstandig denken te vervangen.

Dat laatste kan uiteindelijk een van de belangrijkste vaardigheden worden.

AI verandert dus ook wat “goed onderwijs” betekent

De komst van AI dwingt universiteiten om een vraag te stellen die veel fundamenteler is dan “mag ChatGPT worden gebruikt?”

De vraag is:

Welke vaardigheden moeten studenten daadwerkelijk bezitten wanneer ze hun opleiding verlaten?

Als informatie steeds goedkoper en gemakkelijker beschikbaar wordt, kunnen vaardigheden als kritisch denken, probleemformulering, argumentatie en zelfstandig oordeel juist belangrijker worden.

AI kan daarbij een krachtige assistent zijn.

Maar wanneer het systeem het volledige denkproces overneemt, ontstaat een ander probleem: studenten kunnen leren hoe ze antwoorden produceren zonder daadwerkelijk te leren hoe ze problemen oplossen.

Daarom staat het hoger onderwijs voor een fundamentele keuze in ontwerp, niet simpelweg voor een keuze tussen verbieden en toestaan.

De komende jaren zullen waarschijnlijk bepalen of AI vooral een versneller van leren wordt — of een technologie die sommige traditionele vormen van leren overbodig maakt.

Voor universiteiten ligt de uitdaging niet alleen in het aanpassen van regels.

Het gaat om het opnieuw ontwerpen van onderwijs rond een wereld waarin kennis direct beschikbaar is, maar begrip nog altijd moet worden opgebouwd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *