Laat ik beginnen met het cijfer dat alles samenvat.

90% van de Nederlandse scholieren gebruikt AI voor schoolwerk. 35% doet dat dagelijks. Dat blijkt uit onderzoek van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) (www.nporadio1.nl).

En nu de keerzijde. De helft van de Nederlandse scholen heeft geen beleid voor kunstmatige intelligentie. Slechts 20% van de besturen en minder dan 5% van de scholen heeft concrete richtlijnen voor verantwoord AI-gebruik .

Lees dat nog eens. Negen van de tien leerlingen gebruiken de technologie. Een op de twintig scholen heeft een plan.

Waarom leerlingen het doen

Geerten Schoonenbeek, bestuurslid van het LAKS, is eerlijk over zijn eigen gebruik. “Soms heb ik bijvoorbeeld drie toetsen en een werkstuk dat ik moet maken. Dat werkstuk laat ik dan even snel door AI doen,” zegt hij in het NPO Radio 1-programma Dit is de Dag (www.nporadio1.nl).

Zijn verklaring is geen luiheid. Het is een symptoom. “Voor leerlingen is het een snelle uitweg. De prestatiedruk is soms zo hoog, dat het een oplossing is” .

Dat is de kern. AI is niet populair omdat het leuk is. Het is populair omdat het systeem waarin leerlingen werken — met drie toetsen per week, werkstukken, en de constante druk om te presteren — vraagt om een uitweg. En AI biedt die.

Het pedagogische probleem

Kennisnet, het kenniscentrum voor onderwijs en ICT, waarschuwt in een position paper voor de Tweede Kamer: “Betere prestaties zijn niet hetzelfde als beter leren. Wanneer leerlingen denkwerk structureel uitbesteden aan generatieve AI, kan dat ten koste gaan van kennisopbouw, motivatie, vaardigheden en welzijn”.

Remco Pijpers, strategisch adviseur ethiek bij Kennisnet, verwoordt het scherper: “We weten dat bij elke technologie er altijd iets wordt gegeven, maar dat er ook altijd iets verloren gaat. Hier aan het vermogen om zelf besluiten te nemen, zelf te denken” (www.nporadio1.nl).

En dan is er nog het kennisprobleem bij docenten. Bijna twee derde van de Nederlandse docenten geeft aan de afzonderlijke soorten AI niet van elkaar te kunnen onderscheiden .

Wat er nu gebeurt

Er ligt een motie in de Tweede Kamer om een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening te ontwikkelen. De motie constateert dat “bestaande AI-systemen, zoals ChatGPT, veelal commercieel zijn en niet specifiek zijn ingericht op de pedagogische en didactische behoeften van het onderwijs” .

Het voorstel: Kennisnet, SURF en SIVON werken samen aan een voorziening die scholen in staat stelt AI “op een gecontroleerde en pedagogisch verantwoorde manier in te zetten en minder afhankelijk maakt van Big Tech”.

Premier Rob Jetten zei deze week dat AI “het onderwijs kan verbeteren” als “een hulpmiddel om meer te leren.” Hij wil leren van landen zoals Estland en Singapore, waar digitale vaardigheden “op een goede en doordachte manier deel zijn geworden van het curriculum” (www.erasmusmagazine.nl).

Mooie woorden. Maar de realiteit is dat Nederland nog geen nationale generatieve AI-oplossing voor het onderwijs heeft. Scholen, leraren en leerlingen zijn zelf aan zet om keuzes te maken -.

En dat terwijl 90% van de leerlingen al heeft gekozen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *