7 oktober 2026
Nederland gaat de komende jaren investeren in een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs.
Het kabinet heeft hiervoor €10,7 miljoen beschikbaar gesteld voor 2027. Het doel is om scholen toegang te geven tot verschillende AI-modellen zonder dat zij volledig afhankelijk worden van één commerciële aanbieder.
Dat is een opvallende ontwikkeling nu scholen steeds vaker met ChatGPT, Gemini en andere AI-tools te maken krijgen.
Scholen moeten zelf controle houden
Het kabinet wil dat scholen AI veilig en verantwoord kunnen gebruiken.
Een belangrijk onderdeel van het plan is daarom dat scholen toegang krijgen tot verschillende AI-modellen, terwijl afspraken worden gemaakt over privacy, veiligheid en het gebruik van gegevens.
Daarmee kiest Nederland voor een andere richting dan simpelweg één AI-platform voorschrijven.
Scholen moeten juist meer keuze krijgen.
Waarom publieke AI interessant is
Een school die een commerciële AI-dienst gebruikt, is afhankelijk van de voorwaarden van die aanbieder.
Dat kan veranderen.
Prijzen kunnen stijgen, functies kunnen verdwijnen en bedrijven kunnen hun databeleid aanpassen.
Een publieke infrastructuur kan scholen meer controle geven over hoe AI wordt gebruikt.
Vooral wanneer leerlingen met AI werken, is dat belangrijk.
AI wordt steeds normaler in het onderwijs
De Nederlandse overheid stelt dat AI leraren en leerlingen kan helpen in de klas.
Maar daarvoor moeten scholen er wel op kunnen vertrouwen dat de technologie veilig en verantwoord kan worden gebruikt.
Ook op Europees niveau wordt daar steeds meer aandacht aan besteed.
De Europese Commissie heeft haar richtlijnen voor het ethisch gebruik van AI en data in onderwijs in 2026 bijgewerkt. De nieuwe richtlijnen zijn bedoeld om onderwijsprofessionals te helpen met de kansen, risico’s en juridische aspecten van AI.
Het gaat niet alleen om ChatGPT
De ontwikkeling is interessant omdat AI in het onderwijs veel breder wordt.
Denk aan systemen die helpen bij het maken van oefenmateriaal, persoonlijke leertrajecten, feedback of het ondersteunen van leraren bij voorbereiding.
De vraag is daarom niet meer of scholen AI gaan gebruiken.
De vraag is vooral welke AI ze gebruiken en onder welke voorwaarden.
Nederland wil minder afhankelijk worden van één leverancier
Dat laatste punt is misschien wel het belangrijkste onderdeel van het nieuwe beleid.
Door verschillende AI-modellen beschikbaar te maken via een publieke voorziening wil Nederland voorkomen dat scholen volledig afhankelijk worden van één technologiebedrijf.
Dat sluit aan bij een bredere Europese trend.
Europa probeert niet alleen AI te reguleren, maar ook eigen digitale infrastructuur en alternatieven op te bouwen.
Voor scholen kan dat uiteindelijk betekenen dat AI net zo normaal wordt als andere digitale hulpmiddelen — maar met duidelijkere regels over privacy, veiligheid en verantwoordelijkheid.
Bron: Rijksoverheid – Prinsjesdag en publieke AI voor het onderwijs
