6 oktober 2026

Kunstmatige intelligentie krijgt een steeds grotere rol in het Nederlandse onderwijs. Leerlingen gebruiken AI-tools om informatie te zoeken, teksten te verbeteren en opdrachten te maken, terwijl leraren AI steeds vaker inzetten voor voorbereiding, differentiatie en administratie. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan duidelijke regels en kennis over verantwoord gebruik.

Die ontwikkeling krijgt nu een concretere vorm. Kennisnet heeft samen met de Universiteit Twente een nieuw raamwerk en een toolkit voor AI-geletterdheid in het primair en voortgezet onderwijs ontwikkeld. Daarmee kunnen scholen bepalen welke kennis en vaardigheden leraren en andere onderwijsprofessionals nodig hebben om AI verantwoord te gebruiken.

Van experimenteren naar professioneel AI-gebruik

De discussie over AI in scholen draaide de afgelopen jaren vooral om de vraag of leerlingen ChatGPT en vergelijkbare systemen wel of niet mochten gebruiken. Inmiddels verschuift die discussie.

De vraag is steeds vaker hoe scholen AI daadwerkelijk onderdeel kunnen maken van goed onderwijs.

Dat vereist volgens Kennisnet meer dan alleen weten hoe een chatbot werkt. Onderwijsprofessionals moeten bijvoorbeeld begrijpen hoe AI-systemen tot antwoorden komen, welke fouten kunnen ontstaan en welke risico’s verbonden zijn aan het invoeren van persoonsgegevens.

Het nieuwe raamwerk onderscheidt verschillende niveaus van AI-geletterdheid. Die lopen van basiskennis tot gevorderde en expertvaardigheden. Daardoor kunnen scholen beter bepalen waar hun teams staan en welke ontwikkeling nog nodig is.

Ook privacy en veiligheid worden belangrijker

AI-gebruik in het onderwijs brengt bovendien nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Wanneer leraren leerlinginformatie invoeren in een AI-systeem, kunnen privacy en gegevensbescherming een belangrijke rol spelen.

Daarom moet AI-geletterdheid volgens de Nederlandse aanpak niet alleen gaan over productiviteit. Ook kritisch denken, veiligheid en verantwoord gebruik horen erbij.

De ontwikkeling sluit aan bij de Europese AI-verordening. Daarin wordt van organisaties verwacht dat medewerkers die met AI werken voldoende AI-geletterd zijn. Scholen vallen daar eveneens onder.

Het Nederlandse kabinet wil daarnaast voorkomen dat scholen volledig afhankelijk worden van één commerciële AI-aanbieder. In de begrotingsplannen voor 2027 is daarom €10,7 miljoen gereserveerd voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. Die voorziening moet scholen toegang geven tot verschillende AI-modellen, met afspraken over privacy, veiligheid en gegevensbeheer.

AI verandert daarmee ook het beroep van de leraar

De introductie van AI betekent niet automatisch dat leraren minder belangrijk worden. Waarschijnlijk verandert vooral het soort werk dat zij doen.

Een AI-systeem kan bijvoorbeeld helpen bij het voorbereiden van lesmateriaal of het aanpassen van oefeningen aan verschillende niveaus. De leraar blijft echter verantwoordelijk voor de pedagogische keuzes en voor het beoordelen van de kwaliteit van de informatie.

Dat onderscheid wordt steeds belangrijker.

Een overtuigend geschreven AI-antwoord is namelijk niet noodzakelijk een correct antwoord. Leerlingen moeten daarom leren wanneer ze AI kunnen vertrouwen en wanneer ze informatie moeten controleren.

Ook leraren moeten die vaardigheden ontwikkelen.

NOLAI onderzoekt hoe AI daadwerkelijk kan helpen

Nederland beschikt hiervoor bovendien over een eigen onderzoeksomgeving. Het Nationaal Onderwijslab AI, NOLAI, onderzoekt hoe AI en andere slimme technologieën kunnen worden ingezet om leren en lesgeven te verbeteren.

Het programma werkt samen met leraren, schoolbesturen, bedrijven en wetenschappers. Onderzoeksprojecten richten zich onder meer op taalontwikkeling en technologieën die leerlingen tijdens het leren kunnen ondersteunen.

Daarmee ontstaat langzaam een nieuwe fase voor AI in het onderwijs. De focus verschuift van experimenten met chatbots naar structurele toepassingen.

De grootste verandering moet nog komen

De komende jaren zal waarschijnlijk duidelijker worden welke AI-toepassingen daadwerkelijk waarde toevoegen in de klas.

Het succes zal daarbij niet alleen afhangen van de technologie. Scholen moeten ook investeren in scholing, privacy, digitale infrastructuur en duidelijke afspraken.

AI-geletterdheid wordt daardoor steeds minder een optionele digitale vaardigheid. Het begint uit te groeien tot een fundamenteel onderdeel van professioneel onderwijs.

Bronnen:
Ministerie van OCW – Toolkit en raamwerk AI-geletterdheid
Rijksoverheid – AI en onderwijs
NOLAI – Nationaal Onderwijslab AI

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *