2 oktober 2026
Kunstmatige intelligentie wordt in hoog tempo onderdeel van het onderwijs. Leerlingen gebruiken AI om uitleg te krijgen, opdrachten te begrijpen en teksten te verbeteren. Docenten gebruiken dezelfde technologie voor lesvoorbereiding, materiaalontwikkeling en administratieve taken.
Toch betekent meer AI-gebruik niet automatisch dat leerlingen ook meer leren.
Dat is een van de belangrijkste conclusies uit twee nieuwe rapporten van de Europese Commissie over AI en digitaal onderwijs. De Commissie concludeert dat generatieve AI prestaties kan verbeteren, maar dat betere resultaten niet noodzakelijk betekenen dat leerlingen daadwerkelijk meer kennis en vaardigheden ontwikkelen.
Daarmee ontstaat een nieuwe uitdaging voor scholen.
De vraag is niet langer of leerlingen AI mogen gebruiken. De belangrijkere vraag wordt hoe AI kan worden ingezet zonder het leerproces zelf uit handen te nemen.
Vier op de tien jongeren gebruiken generatieve AI
De Europese Commissie baseert haar analyse onder meer op Eurostat-cijfers.
Daaruit blijkt dat vier op de tien jongeren tussen 16 en 24 jaar in de Europese Unie generatieve AI gebruikten voor formeel onderwijs in 2025. Het gebruik verschilt wel aanzienlijk per land.
Dat betekent dat AI voor een groot deel van de jongere generatie inmiddels een normaal hulpmiddel is geworden.
Een leerling die vastloopt met wiskunde hoeft niet meer uitsluitend een docent, boek of zoekmachine te gebruiken. Een AI-assistent kan direct een uitleg geven en het niveau aanpassen.
Dat klinkt aantrekkelijk.
Toch zit daar ook een risico.
Een antwoord krijgen is niet hetzelfde als iets leren
AI kan een leerling namelijk helpen een opdracht te voltooien zonder dat die leerling het onderliggende concept volledig begrijpt.
Dat verschil is cruciaal.
Wanneer een leerling bijvoorbeeld een essay door AI laat schrijven, kan het eindresultaat beter zijn dan wanneer de leerling alles zelf schrijft. De beoordeling kan daardoor verbeteren.
Maar als het doel van de opdracht was om argumentatie, schrijven en kritisch denken te ontwikkelen, kan een deel van het leerproces verloren gaan.
De Europese Commissie waarschuwt daarom voor overmatig gebruik van AI. Vooral taken die belangrijk zijn voor kennisontwikkeling en kritisch denken kunnen worden ondermijnd wanneer leerlingen ze volledig aan AI overlaten.
AI als persoonlijke tutor
Daar staat een andere ontwikkeling tegenover.
AI kan juist waardevol zijn wanneer het de leerling helpt om zelf na te denken.
Een goed ontworpen AI-tutor kan bijvoorbeeld een probleem uitleggen, een vervolgvraag stellen en daarna controleren of de leerling het concept begrijpt.
Dat is wezenlijk anders dan simpelweg het antwoord geven.
Een concreet voorbeeld komt uit de Verenigde Staten. Iowa breidt het gebruik van de AI-leestutor Amira uit naar meer dan 96.000 leerlingen. De technologie geeft jonge lezers gepersonaliseerde feedback en is bedoeld om verschillende leesniveaus binnen scholen beter te ondersteunen.
Volgens de onderwijsautoriteiten boekten leerlingen die de tool minstens twintig minuten per week gebruikten duidelijke vooruitgang. Tegelijkertijd zijn er zorgen over privacy en transparantie rond het verzamelen en verwerken van stemgegevens.
De docent blijft belangrijk
De nieuwe Europese rapporten laten ook zien dat AI de rol van de docent niet simpelweg overneemt.
Docenten kunnen AI gebruiken om lessen, materialen en opdrachten voor te bereiden. Dat kan tijd besparen en nieuwe mogelijkheden bieden voor differentiatie.
Tegelijkertijd hebben leraren training nodig.
Slechts 29,7 procent van de Europese leraren die in TALIS 2024 werden onderzocht, had professionele ontwikkeling gevolgd die specifiek gericht was op AI voor onderwijs en leren.
Dat percentage laat een duidelijke kloof zien.
Leerlingen gebruiken AI al. De technologie ontwikkelt zich snel. Scholen moeten ondertussen nog bepalen hoe leraren hiermee effectief kunnen werken.
Onderwijs krijgt een nieuwe AI-laag
De komende jaren kan AI daardoor op verschillende niveaus onderdeel worden van scholen.
Aan de voorkant komt de persoonlijke tutor. Leerlingen krijgen uitleg die aansluit op hun niveau.
Daarachter kunnen systemen opdrachten analyseren en feedback voorbereiden.
Voor docenten kan AI helpen bij lesplanning, materiaalontwikkeling en administratie.
Op schoolniveau kunnen AI-systemen vervolgens helpen bij planning, communicatie en analyse.
Daarmee wordt AI niet één nieuwe applicatie.
Het wordt een extra digitale laag over het volledige onderwijsproces.
Maar toegang is niet overal gelijk
De Europese Commissie waarschuwt daarnaast voor ongelijkheid.
Niet iedere leerling beschikt thuis over dezelfde apparaten, internetverbindingen of digitale vaardigheden. Daardoor kan de opkomst van AI bestaande verschillen versterken wanneer sommige leerlingen veel meer toegang hebben tot geavanceerde hulpmiddelen dan anderen.
Dat probleem is vooral relevant nu AI steeds krachtiger wordt.
Een leerling met toegang tot een geavanceerde AI-tutor kan mogelijk extra uitleg krijgen wanneer een docent daar geen tijd voor heeft.
Een andere leerling krijgt die ondersteuning niet.
Onderwijsinstellingen zullen daarom niet alleen moeten nadenken over welke AI-tools ze toestaan. Ze moeten ook nadenken over gelijke toegang.
Scholen zoeken nog naar regels
Bijna twee derde van de Europese onderwijssystemen heeft inmiddels AI opgenomen in nationale strategieën, richtlijnen of beleidskaders. De daadwerkelijke toepassing op scholen bevindt zich volgens de Europese Commissie echter nog in een vroege fase.
Dat verklaart waarom veel scholen momenteel experimenteren.
Sommige instellingen verbieden bepaalde vormen van AI. Andere scholen proberen leerlingen juist te leren hoe ze AI verantwoord kunnen gebruiken.
De tweede aanpak kan een belangrijke rol krijgen.
AI verdwijnt waarschijnlijk niet meer uit het dagelijks leven van leerlingen. Het onderwijs moet hen daarom uiteindelijk niet alleen leren hoe ze AI moeten vermijden, maar ook hoe ze ermee kunnen werken.
De onverwachte verschuiving
De grootste verandering kan uiteindelijk liggen in de manier waarop opdrachten worden ontworpen.
Wanneer AI eenvoudig een standaardessay kan schrijven, wordt een standaardessay minder geschikt om zelfstandig leren te meten.
Docenten kunnen daardoor meer nadruk leggen op mondelinge toelichting, praktische opdrachten, persoonlijke reflectie en het proces achter een antwoord.
AI kan daarmee paradoxaal genoeg leiden tot minder nadruk op het eindproduct en meer nadruk op het leerproces.
Dat is een fundamentele verandering.
De technologie kan leerlingen sneller naar een antwoord brengen. De uitdaging voor het onderwijs wordt vervolgens om ervoor te zorgen dat leerlingen onderweg ook daadwerkelijk iets leren.
