De Europese Commissie heeft nieuwe onderzoeksrapporten gepubliceerd over de invloed van kunstmatige intelligentie op het onderwijs. De belangrijkste conclusie is dat AI leerlingen betere resultaten kan laten behalen, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij ook meer leren.
Volgens de Commissie gebruiken jongeren AI inmiddels op grote schaal. Cijfers van Eurostat laten zien dat vier op de tien jongeren tussen 16 en 24 jaar in de Europese Unie generatieve AI gebruikten voor formeel onderwijs in 2025.
Chatbots kunnen leerlingen helpen om ingewikkelde onderwerpen te begrijpen, teksten te verbeteren en extra uitleg te krijgen wanneer zij vastlopen. AI kan bovendien lesmateriaal aanpassen aan het niveau van een leerling, waardoor persoonlijke begeleiding toegankelijker wordt.
Het risico van afhankelijkheid
De Commissie wijst tegelijkertijd op een belangrijk risico: leerlingen kunnen AI taken laten uitvoeren die juist bedoeld zijn om hun eigen kennis en denkvaardigheden te ontwikkelen.
Wanneer een leerling bijvoorbeeld een complete essayopdracht laat schrijven, kan het eindresultaat goed zijn zonder dat de leerling zelf voldoende leert argumenteren, analyseren of schrijven. Hetzelfde probleem kan ontstaan bij wiskunde, programmeren en het oplossen van complexe vraagstukken.
Daarom is volgens de onderzoekers niet alleen van belang óf leerlingen AI gebruiken, maar vooral hoe zij dat doen. AI lijkt het meest waardevol wanneer leerlingen zelf actief blijven nadenken en de technologie gebruiken als ondersteuning, niet als vervanging van hun eigen werk.
Leraren hebben meer training nodig
Ook leraren kunnen profiteren van AI. Zij kunnen de technologie inzetten voor het voorbereiden van lessen, het ontwikkelen van opdrachten en het aanpassen van lesmateriaal aan verschillende niveaus.
Toch is de voorbereiding van docenten nog onvoldoende. In het aangehaalde internationale onderzoek had slechts 29,7% van de ondervraagde Europese leraren deelgenomen aan professionele ontwikkeling rond AI voor onderwijs en leren.
De Europese Commissie benadrukt daarom dat scholen duidelijke richtlijnen, goede digitale voorzieningen en scholing voor leraren nodig hebben. Ook moet verder onderzoek uitwijzen wat de langetermijneffecten zijn op kritisch denken, zelfstandigheid en leerprestaties.
Wat betekent dit voor Nederland?
De discussie is ook relevant voor Nederlandse scholen en universiteiten. De uitdaging is niet simpelweg om AI toe te staan of te verbieden, maar om onderwijs zo in te richten dat leerlingen de technologie verstandig leren gebruiken zonder essentiële vaardigheden te verliezen.
Bron: Europese Commissie — Nieuwe rapporten over AI en digitaal onderwijs in Europa
