De Tweede Kamer organiseerde op 1 april een rondetafelgesprek over artificiële intelligentie in het funderend onderwijs. Experts, schoolbestuurders en brancheorganisaties deelden hun inzichten over de kansen en risico’s van AI in de klas. De centrale boodschap: de ontwikkeling van AI gaat sneller dan het beleid dat dit gebruik moet sturen, en het ministerie van OCW moet de regie nemen-.
Een groeiende kloof tussen praktijk en beleid
Uit de Monitor Digitalisering Onderwijs van Kennisnet (2025) blijkt dat de helft van de Nederlandse scholen nog geen beleid voor kunstmatige intelligentie heeft ontwikkeld. Slechts 20% van de besturen en minder dan 5% van de scholen heeft concrete richtlijnen voor verantwoord AI-gebruik. Tegelijkertijd geven bijna twee derde van de docenten aan de afzonderlijke soorten AI niet van elkaar te kunnen onderscheiden.
Tijdens het rondetafelgesprek benadrukten experts dat deze kloof niet alleen een technisch probleem is, maar ook een pedagogisch en organisatorisch vraagstuk. Wanneer leerlingen denkwerk structureel uitbesteden aan generatieve AI, kan dat ten koste gaan van kennisopbouw, motivatie en vaardigheden.
Digitale autonomie en privacy
Een ander belangrijk thema tijdens het gesprek was de afhankelijkheid van grote technologiebedrijven. Kennisnet waarschuwde dat de afhankelijkheid van standaardoplossingen van Big Tech zoals Microsoft en Google de ruimte voor scholen beperkt om hun onderwijs af te stemmen op hun visie en publieke waarden. AI-toepassingen worden door techbedrijven vaak automatisch geïntegreerd in producten die veelvuldig door leerlingen en onderwijspersoneel worden gebruikt, wat leidt tot vendor lock-in. Uit cijfers blijkt dat 88% van de basisscholen en 96% van de middelbare scholen minimaal één Amerikaanse clouddienst gebruikt.
Onze visie
Het rondetafelgesprek bevestigt wat velen in het veld al langer voelen: AI is geen toekomstmuziek meer, maar een dagelijkse realiteit in Nederlandse scholen. De roep om landelijke regie is terecht. Zonder duidelijke kaders en gerichte investeringen dreigt een situatie waarin elke school het wiel opnieuw moet uitvinden, met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit en gelijkheid van het onderwijs.
