Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, vorige week, sprak premier Rob Jetten woorden die je vaker zult horen de komende maanden: AI is “een hulpmiddel om meer te leren”(bron).

Dat klinkt redelijk. Het is ook vaag. En dat is precies het probleem.

Wat Jetten wel zei

De premier positioneerde AI als een kans, niet als een bedreiging. Hij verwees naar Estland en Singapore, waar digitale vaardigheden “op een goede en doordachte manier onderdeel zijn geworden van het lespakket”, en waar studenten er “veel profijt” van hebben(bron).

Zijn boodschap: Nederland moet leren van landen die het beter doen. En AI moet een “goede plek” krijgen in het onderwijs(bron).

Wat hij niet zei

Hoe dat eruit moet zien, bleef onduidelijk. En dat is geen detail.

Want de realiteit is dat Nederland op dit moment geen nationale generatieve AI-oplossing voor het onderwijs heeft. Scholen, leraren en leerlingen zijn zelf aan zet om keuzes te maken-.

De helft van de Nederlandse scholen heeft nog geen beleid voor kunstmatige intelligentie. Slechts 20% van de besturen en minder dan 5% van de scholen heeft concrete richtlijnen voor verantwoord AI-gebruik-.

En bijna twee derde van de docenten geeft aan de afzonderlijke soorten AI niet van elkaar te kunnen onderscheiden.

De oplossing die eraan komt

Er is wel iets onderweg. SURF, de ict-coöperatie voor onderwijs en onderzoek, bouwt aan SURF AI — een publieke AI-infrastructuur die vanaf januari 2027 beschikbaar komt voor het mbo, hbo en wo-7.

Het bestaat uit twee delen. De AI-hub verbindt applicaties, gebruikers en taalmodellen op een veilige manier. eduGenAI is de chathapplicatie waarmee docenten, studenten en onderzoekers de beschikbare modellen kunnen gebruiken-7.

Het uitgangspunt: instellingen houden zelf de regie. Ze bepalen welke taalmodellen ze beschikbaar stellen. De waarden zijn autonomie, transparantie, privacy en onafhankelijkheid-7.

Dat is precies wat D66 in de Kamer benadrukte: Europa moet inzetten op “soevereine AI-oplossingen”, zodat het onderwijs niet afhankelijk wordt van grote, niet-Europese technologiebedrijven-.

Het probleem met de tijdlijn

Januari 2027. Dat is nog vijftien maanden.

En in die vijftien maanden gebruiken leerlingen gewoon ChatGPT. Ze gebruiken Gemini. Ze gebruiken Copilot. De tools die ze nu gebruiken, zijn eigendom van bedrijven die niet onder Europese regelgeving vallen.

De AI Act, die sinds 2 augustus 2026 van kracht is, noemt onderwijs expliciet als hoogrisicocategorie-. Dat betekent dat systemen die leerresultaten evalueren of toelating tot opleidingen bepalen, aan strenge eisen moeten voldoen.

Maar de invoering van de regels voor hoogrisico-toepassingen is uitgesteld naar volgend jaar-.

Dus de situatie is: de wet bestaat, maar de handhaving nog niet. De publieke oplossing komt, maar niet nu. En de leerlingen zijn al begonnen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *